De globalisering is dood


Het tijdperk van de globalisering kende zijn hoogtijdagen rond de eeuwwisseling met de uitbreiding van de Europese Unie, de introductie van de euro, het afsluiten van en onderhandelen over ambitieuze internationale handelsverdragen.

Diversificatie op basis van landen raakte uit de mode, en geschiedde voortaan meer op basis van internationaal bepaalde sectoren. Bij veel beleggers is het beleggingsbeleid nog steeds gebaseerd op principes uit deze periode van globalisering. Het is een open vraag of beleggers wel voldoende voorbereid zijn op een wereld waarin landen terugvallen op nationale belangen en protectionisme.

Het toenemende nationalisme en protectionisme zien we vooral bij de opkomende populistische politieke stromingen. Maar ook ‘traditionele’ politici in ons eigen land bewegen zich in deze richting. Waar de overname van nationale ico- nen zoals ABN Amro, DAF en KLM door buitenlandse partijen eerst geen probleem was, bemoeit de overheid zich met overnames van typisch Nederlandse bedrijven, zelfs als dat vanuit een bevriend buurland zoals België geschiedt.

Landenallocatie

Dit betekent dat beleggers zich over de vraag moeten gaan buigen of zij hun portefeuilles niet beter op basis van een landenallocatie moeten maken in plaats van een internationale sectorallocatie. Daar zijn meerdere argumenten voor te bedenken. Zo valt het te verwachten dat de verschillen in beursontwikkelingen tussen landen zullen gaan toenemen. Dit betekent dat diversificatie over landen aantrekkelijker gaat worden.

Daarnaast zijn landenportefeuilles een effectief instrument om politiek risico te beheersen. Dit is belangrijk wanneer de vrijheid van kapitaalverkeer tussen landen belemmerd wordt. Alhoewel daar op dit moment in de ontwikkelde landen nog niet echt sprake van lijkt te zijn, is het denkbaar dat dit instrument op een gegeven moment toch weer uit de kast komt.

Eigen regio

Een vervolgvraag is of het belangrijk is om het eigen land of de eigen regio (bijvoorbeeld de EU) te overwegen in een portefeuille. Daar is veel voor te zeggen omdat het risico van een belegging in eigen land geen last heeft van de dreiging van beperkingen in het kapitaalverkeer tussen landen. Daarnaast sluit het idee van beleggen in eigen land sowieso al naadloos aan bij het toenemende nationalisme. In deze termen geformuleerd

klinkt dat mogelijk negatief. Een meer positieve interpretatie is dat met name de particuliere belegger zich beter kan identificeren met aandelen uit eigen landen dan met aandelen uit verre buitenlanden.

Een investering in een portefeuille aandelen wordt daarmee niet alleen een afweging van risico en rendement maar wordt ook een investering in eigen land en in de directe omgeving ongeacht het rendement. Dit is een positief argument. Hierdoor zouden beleggers gemakkelijker het vertrouwen in aandelen kunnen (her) winnen of behouden.

Het zou daarmee ook een tegenwicht kunnen zijn tegen de neiging van mensen om te stoppen met beleggen als het een tijdje slecht gaat en pas te beginnen nadat de beurs al een langere periode van positieve rendementen laat zien.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Deze column staat in het Fondsnieuws-magazine dat op 15 juni verschijnt.