Maak SRI overbodig


Maatschappelijk verantwoord beleggen kan zich verheugen in een onverminderd toenemende belangstelling van beleggingsfondsen en pensioenfondsen. Het is een heuse trend.

Beleggers verwachten steeds vaker niet alleen dat ondernemingen financieel goed presteren, maar ook dat deze ook op andere gebieden presteren, denk hierbij aan het milieu, arbeidsomstandigheden, diversiteit, en corporate governance.

Ondanks de nobele intenties van maatschappelijk verantwoord beleggen is het de vraag of het bereiken van deze niet-financiële doelen het best door de belegger kan worden afgedwongen. De invloed van beleggers is immers afhankelijk van de mate waarin aandeelhouders onderling overeenstemming hebben bereikt. 

Bovendien gaat het vaak om belangen van bijvoorbeeld consumenten, omwonenden of werknemers, die tegengesteld kunnen zijn aan die van de aandeelhouders. Om tegemoet te komen aan de wens van de samenleving om de onderneming ook op deze niet-financiële dimensies te verbeteren, is het de moeite waard om eens te bekijken of de wijze waarop de onderneming wordt aangestuurd verbeterd kan worden. In andere woorden: kan een andere corporate governance helpen om de doelstellingen van de maatschappelijk verantwoorde belegger te realiseren? 

Alle macht naar de ondernemingsraad

Dit zou bijvoorbeeld kunnen door de rol van de ondernemingsraad uit te breiden. Waar de ondernemingsraad nu vooral gaat over de verhouding tussen werknemers en de onderneming, zou deze uitgebreid kunnen worden met het bewaken van de milieubelasting van het bedrijf en de belangen van de consument. 

Deze extra taken van de ondernemingsraad nieuwe stijl hangen deels af van de aard van het bedrijf. Bij ondernemingen die het milieu sterk belasten, zou de ondernemingsraad moeten worden uitgebreid met milieu- en energie-experts die bij het beoordelen van en het beslissen over het al of niet investeren een belangrijk stem zouden moeten krijgen. 

In bepaalde gevallen zouden zij ook een vetorecht moeten kunnen krijgen. Bij ondernemingen die een sterke rol in de consumentenmarkt hebben, zouden de consumenten een stem moeten krijgen in de vorm van een vertegenwoordiger in de ondernemingsraad nieuwe stijl. Die moet beslissingen beoordelen op basis van de kwaliteit van de dienstverlening. 

Uiteindelijk zijn consumenten de ultieme rechtvaardiging van de onderneming en haar maatschappelijk taken en verantwoordelijkheden. 

Ondernemingen zijn vaak geneigd om zich vooral te richten op het werven van nieuwe klanten en daar meer energie in te steken dan in het bedienen van oude klanten. De consumentenvertegenwoordiger in de ondernemingsraad zou hieraan tegenwicht kunnen bieden. 
En denk ook eens aan het openbaar vervoer, waarbij sommige aanbieders belangrijke prestigieuze projecten voorrang geven boven het bedienen van het bestaande netwerk.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.