Subsidieer advies


Het is tegenwoordig erg lastig om een complex financieel product aan te schaffen zonder eerst een geschiktheidstoets af te leggen of verplicht een adviseur in te huren.

De achtergrond van deze regelgeving is de wil om consumenten te beschermen tegen onverantwoorde risico’s die mogelijk samenhangen met ondeugdelijke financiële producten die door aanbieders in het schap worden gezet.

De bescherming van de consument staat hier echter op gespannen voet met zijn of haar autonomie. Bovendien is het onderscheid tussen complexe en niet-complexe financiële instrumenten nogal arbitrair. Een structured product op basis van een aandelenindex met een bescherming tegen koersdalingen wordt aangemerkt als complex, terwijl dit product op een eenvoudige wijze kan worden gemaakt door het beleggen in een etf samen met een putoptie.

Ogenschijnlijk eenvoudig

Een voorbeeld van een niet-complex product is volgens de Europese regels een tegoed op een spaarrekening. Zo’n tegoed is de facto een schuldtitel op een financiële instelling met een illiquide portefeuille grotendeels onbekende assets en een hefboom vergelijkbaar met die van speculatieve hedgefondsen. Daar zijn dan tegoeden tot 100.000 euro gegarandeerd onder het depositogarantiestelsel dat – volgens de website van DNB naar verwachting in 2024 gevuld zal zijn met een bedrag gelijk aan 0,8 procent van alle gegarandeerde deposito’s.

Wanneer een grotere bank failliet gaat, dan zullen de resterende kosten worden verhaald op de collega-banken. Dit lijkt me niet bepaald een eenvoudig financieel product en zonder risico’s is het ook niet. Stel dat een van de grote drie Nederlandse banken omvalt, dan wordt de eerste schade opgevangen uit het garantiefonds. De rest wordt dan verhaald bij de overige banken. Deze kunnen dat vermoedelijk niet betalen zonder zelf failliet te gaan en dan is de vraag of de Nederlandse overheid de verplichting over kan nemen.

Elk onderscheid tussen complexe en niet-complexe producten is arbitrair en leidt in dit geval tot een verplichte winkelnering voor klanten bij een financieel adviseur. Op zich kan dat heel goed uitpakken. Er zijn namelijk veel financieel adviseurs die ter zake kundig zijn en iemand daadwerkelijk met raad en daad terzijde kunnen staan. Bovendien suggereert academisch onderzoek dat er een behoorlijke groep consumenten is met een overmatig vertrouwen in de eigen financiële kennis en kunde. Tegelijkertijd zullen ook financieel adviseurs niet in staat zijn om foutloos adviezen te geven.

In plaats van een systeem op te zetten dat consumenten naar adviseurs dirigeert omdat ze een specifiek financieel product proberen te kopen, lijkt het me veel nuttiger om de vraag te stellen of het betreffende product überhaupt nodig is. Veel consumenten verzuimen namelijk om regelmatig (zeg 1 keer per 4 jaar) naar hun eigen financiële planning te kijken en vergeten risico’s af te dekken, tijdig de hypotheek af te lossen, pensioengaten in kaart te brengen, et cetera. Om financiële consumenten te helpen, zou ik willen pleiten voor een fonds dat consumenten subsidieert wanneer ze gebruik willen maken van een onafhankelijke financieel adviseur. Dit fonds zou gevuld moeten worden door alle Nederlandse aanbieders die dan een klein percentage afdragen van het door hen beheerde vermogen voor particulieren. Deze adviseurs zijn uiteraard niet in dienst van de aanbieders van financiële producten.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen.