CO2-uitstoot is net slavenarbeid


Een ding is duidelijk geworden uit de berg papier die de afgelopen tijd over ons is uitgestort in het kader van de klimaatonderhandelingen: het schiet nog niet erg op. Goede voornemens zijn er genoeg, maar we horen vooral veel redenen waarom zaken niet zo snel gaan als we zouden willen.

De gemiddelde belegger zal dan ook niet wakker liggen van die stapels klimaatpapier. Maar de onderliggende vraag, hoe we de economie kunnen verduurzamen, is voor beleggers natuurlijk wel degelijk relevant. Een paradigmaverschuiving is nodig om verduurzaming als kans te zien en niet als bedreiging.

Omdenken

Stel je eens voor. Je bent een investeerder in katoenplantages in 19e eeuws Amerika. Dankzij slavenarbeid was de katoenteelt een behoorlijk winstgevende business. Of je was een investeerder in textielfabrieken in het Nederland in de tweede helft van de 19e eeuw. Kinderarbeid maakte de productie van textiel lekker goedkoop. Tegenwoordig kunnen we ons niet meer voorstellen dat we een dergelijke exploitatie van productiefactoren, in dit geval mensen, in onze maatschappij zouden toestaan.

Toch was het afschaffen van zowel de slavernij als de kinderarbeid bepaald geen rechte lijn. In de Verenigde Staten was er een burgeroorlog met meer dan een half miljoen slachtoffers voor nodig om aan deze ‘externaliteiten’ een einde te maken. En werden de voormalige slavenhouders ook nog eens gecompenseerd voor het verlies van hun gratis arbeid.

En in het Nederland van eind 19e eeuw werd dan wel het Kinderwetje van Van Houten ingevoerd, maar duurde het uiteindelijk tot de invoering van de leerplicht tot twaalf jaar aan het begin van de 20e eeuw voordat kinderen daadwerkelijk uit fabrieken verdwenen.

Voor investeerders betekende dit dat wat eerst een goede en neutrale belegging leek, in een aantal decennia verwerd tot iets wat écht niet kon. Niet wettelijk, en niet moreel.

Zo’n paradigmaverschuiving is ook nodig voor de uitstoot van CO2. Want waar het in beide voorbeelden de uitbuiting van mensen was, is CO2-uitstoot de uitbuiting van de aarde. En uiteindelijk, net als bij slaven en kinderen, ten laste van mensen. Niet wij, maar onze kinderen en kleinkinderen. Vooralsnog zien we dit echter helemaal niet als een moreel probleem, maar als een probleem van kostenverdeling.

Wat is de snelste route?

Twee dingen zijn duidelijk uit het voorgaande: alleen een duidelijke collectieve richting leidt tot een paradigmaverschuiving en zo’n paradigmaverschuiving voltrekt zich nooit snel. Maar er is ook een verschil met de hierboven genoemde verschuivingen: met klimaatverandering raakt de tijd op. We hebben ons koolstofbudget al goeddeels verbruikt: als we in dit tempo doorgaan duurt het nog 18 jaar voordat we de grens van twee graden doorbreken en we abrupt met iedere uitstoot van CO2 zullen moeten stoppen om onherstelbare schade te vermijden.

We kunnen natuurlijk blijven wachten op elkaar, gezellig blijven kletsen wie de rekening gaat betalen en ondertussen de aarde blijven exploiteren. Maar volgens mij is die tijd zo langzamerhand op. En is het nu toch echt aan overheden om grenzen te stellen. Bijvoorbeeld door CO2-uitstoot flink zwaarder te beprijzen dan nu op basis van het Europese emissierechten systeem (ETS) gebeurt. En dan maar voor lief nemen dat het voor de ‘zware rokers’ duurder wordt om hier te produceren. Onderzoek wijst overigens uit dat over het algemeen dit soort bedrijven hun productie niet zo snel ‘even verplaatsen’ naar een ander land. En natuurlijk heeft een dergelijke maatregel de nodige verdelingsconsequenties. Maar die lossen we daarna wel op. Eerst maar eens haast maken.

Ook de verantwoordelijkheid van beleggers

Het daadwerkelijke reduceren van de CO2-uitstoot is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en overheden. En ja, ook van beleggers. Als u nog steeds in fossiele brandstoffen zit, bent u medeverantwoordelijk voor de aanhoudende uitstoot van CO2. En doet u eigenlijk dan hetzelfde als die 19e-eeuwse investeerder in katoen: winst maken op kosten van anderen.

Nu klinkt dat wellicht nog tamelijk extreem. Maar ik geef u op een briefje: onze kinderen zullen het ongetwijfeld op dezelfde manier zien als wij nu over slaven- en kinderarbeid oordelen.