Eindelijk rust in EM


Na jaren van kapitaalvlucht, verslechtering van economisch beleid en hoog politiek risico, is de opkomende wereld momenteel relatief rustig.

President Trump’s protectionistische ambities leken nog even roet in het eten te gooien, maar ook dat risico is voor een groot deel verdampt. Sinds het begin van het jaar stromen er recordhoeveelheden nieuw kapitaal naar emerging markets en zowel obligaties als aandelen laten een fraaie performance zien.

Natuurlijk zijn er negatieve punten te noemen, zoals de verslechtering van het investeringsklimaat in Erdogans Turkije of de toenemende corruptie binnen het Zuid-Afrikaanse staatsapparaat, maar deze problemen zijn niet grensoverschrijdend of per se symptomatisch voor een bredere EM trend.

China

Er zijn drie duidelijke verschillen tussen de huidige situatie en die van de jaren 2010-2015, toen de volatiliteit in opkomende markten hoog was en koersen vooral daalden. Ten eerste China. De Chinese autoriteiten zijn erin geslaagd de meest acute kapitaaluitstroom te stoppen en de economische groei voorlopig te stabiliseren.

Het belang hiervan voor opkomende markten kan moeilijk overschat worden. China is de belangrijkste handelspartner voor de meeste opkomende landen en met name de impact van Chinese vraag op grondstoffenprijzen is relevant in deze context. Toen in 2015 de renminbi begon te verzwakken en beleggers zich zorgen begonnen te maken over de houdbaarheid van het kredietgedreven economische model van China, nam de druk op emerging markets dramatisch toe.

Inmiddels lijkt het risico van China voor de opkomende wereld wat afgenomen. En wellicht kan dit risico verder dalen als de autoriteiten doorgaan met hun recente beleid om de minst transparante kredietverlening strakker te reguleren. Het is nog te vroeg om te constateren dat het Chinese systeemrisico beheersbaar zou zijn geworden of dat de Chinese economische groei minder afhankelijk van krediet aan het worden is. Maar als we zien dat de regering in Beijing stappen in de juiste richting zet, kunnen we dat niet zomaar negeren.

Hervormngsmomentum

Het tweede verschil is het hervormingsmomentum in de opkomende wereld. Het is zeker niet zo dat we in veel landen opeens grote hervormingen zien. Maar in vergelijking met de jaren na 2010, toen we een duidelijk negatieve trend zagen in de richting van meer interventionistisch economisch beleid met snel oplopende begrotingstekorten, is de situatie nu beter.

Turkije is eigenlijk het enige land waar we duidelijke verslechtering zien. En in ten minste vijf landen (Argentinië, Brazilië, Egypte, India, Indonesië) wordt momenteel een ambitieus hervormingsbeleid gevoerd. Het gevolg hiervan is dat onevenwichtigheden kleiner worden en groeivooruitzichten verbeteren. In deze vijf landen, maar ook per saldo in de opkomende wereld.

Groeimomentum

Het derde en meest tastbare verschil is het verbeterende groeimomentum. Economische groei in de opkomende wereld blijft met zo’n 4.5% nog laag in vergelijking met de gouden jaren van voor de Lehmancrisis, maar de cijfers verbeteren wel, nu alweer ruim een jaar. Zolang deze positieve trend aanhoudt, wat goed mogelijk is gezien de aantrekkende wereldhandelsgroei en de betere kapitaalstromen, is de kans groot dat het relatief rustig blijft in de opkomende wereld.

Maarten-Jan Bakkum is senior strateeg opkomende markten bij NN Investment Partners. 

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.