Wanneer komt de hebzucht?


De vooruitzichten voor Europese aandelenmarkten blijven onverminderd goed in mijn optiek. De basis van deze verwachting is gestoeld op de samenhang tussen de groei van geld en de performance van aandelenmarkten.

Voormalig FED-voorzitter Ben Bernanke bestudeerde deze onderlinge samenhang intensief voordat hij benoemd werd om de Centrale Bank van de Verenigde Staten te leiden vanaf 2006 tot en met 2014. 

Onder zijn voorzitterschap groeide de balans van de Federal Reserve van 800 miljard dollar naar ruim 4.000 miljard dollar door middel van drie Quantitative Easing programma’s. De verwachting was daarbij dat het geld vanuit het monetaire kanaal zou doorsijpelen richting het fiscale kanaal om zo in de reële en financiële economie terecht te komen. Zijn inschatting bleek juist te zijn gezien de koersstijging van de Amerikaanse aandelenmarkten tot op heden. 

Ook werkt QE in de reële economie goed door gezien de stabiele economische groei en hoge mate van kredietgroei de afgelopen jaren. Inflatie is stabiel en rentes staan op aantrekkelijke niveaus. De US Dollar is daarbij krachtig en kredietverstrekking via banken groeit gemiddeld met 10 procent op jaarbasis. Een gezond groeipercentage voor een door consumenten gedreven krediet economie. QE3 eindigde in de VS in 2014.

In Europa kreeg QE pas in 2014, onder leiding van ECB-president Mario Draghi, vorm. Nog geen drie jaar later is er ondertussen voor ruim 2.000 miljard euro aan nieuw geld in het systeem geplaatst en is het monetaire transmissiekanaal goed op gang aan het komen kijkend naar de M3 geldgroei en de kredietverstrekking van banken aan huishoudens. 

Figuur 1: M3 geldgroei in Europa

Figuur 2: Kredietgroei aan huishoudens in Europa

Kredietverstrekking aan huishoudens is sinds aanvang van de QE omgeslagen van 2 procent krimp naar een kleine 5 procent groei. Dat is nog altijd ondermaats aan de kredietgroei in de VS. Om meer tractie in het economisch herstel te krijgen verzoekt Draghi iedere persconferentie dat de eurolanden meer fiscaal gaan stimuleren. “Het geld is in ruime hoeveelheid aanwezig, zet het aan het werk”; zegt Draghi. Bouw scholen, wegen, ziekenhuizen of vernieuw alles wat nodig is. Rentes zijn daarbij historisch laag dus wat let een overheid om stappen te zetten richting meer stimulering op fiscaal gebied? 

Naar mijn idee zijn de crisismaatregelen in Europa sinds 2009 te ver doorgeslagen en zijn de gekozen partijen in de diverse landen in Europa te lang en te veel bezig geweest met het terugdringen van tekorten en het bezuinigen om weer aan de normen en wensen van de EU te voldoen. Dat heeft tot een achterstand geleid ten opzichte van de Verenigde Staten, die veel wendbaarder zijn vanwege het gemak van één fiscale en monetaire unie. Iets waar we in Europa nog altijd van kunnen dromen. 

Desalniettemin is de huidige ontwikkeling met nieuwe partijprogramma’s in landen als Nederland, Frankrijk, Duitsland en Italië hoopgevend. De intentie is om naar het voorbeeld van de heer Donald Trump meer te gaan stimuleren op fiscaal gebied om zo de monetaire verruiming effectiever te laten werken. 

QE zal daarbij voorlopig nog doorgaan in Europa. Er komt nog voor een kleine 500 miljard euro nieuw geld bij in 2017 en in 2018 mogelijk nog meer. Met de M3 geldgroei op iets meer dan 5 procent, een lage inflatie en economische groei van bijna 2 procent is daar ook nog altijd voldoende ruimte voor. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) bevestigt recent nog de mogelijkheid om in 2018 volop met monetaire verruiming door te gaan gezien eerdergenoemde economische ontwikkelingen.  

Zoals in eerdere stukken hier op Fondsnieuws beschreven, is deze verwachte toename van de geldhoeveelheid een belangrijke driver voor de Europese aandelenmarkten om verder door te groeien dit jaar. Voor iedere 50 miljard euro nieuw geld kan ongeveer een opwaarts koerseffect van 2 procent verwacht worden. Dat betekent dat we nog een groot opwaarts potentieel hebben in Europa. Een agressieve opwaartse versnelling heb ik daarbij nog niet waargenomen. Hebzucht onder marktparticipanten blijft vooralsnog uit. 

Een dividendrendement van 3,5 procent voor Europese aandelen met een vooruitzicht van hogere omzetcijfers voor bedrijven door meer economische groei vraagt om meer opwaarts koerspotentieel. Wat de trigger hiertoe zal zijn, kan ik niet zeggen, maar er komt een punt dat het beleggend publiek de rust gaat verliezen en er kooppaniek kan gaan uitbreken. 

Richard Abma is financieel econoom en managing partner bij OHV Vermogensbeheer.