Hoe beleggers 'de groene revolutie' kunnen sturen


De toekomst van de wereld ligt met het oog op klimaatverandering voor een belangrijk deel in handen van (institutionele) beleggers. Zij kunnen de wereld in de juiste richting sturen door zich te houden aan de 3D's van de groene revolutie.
Valeria Dinershteyn

Dat betoogde Valeria Dinershteyn, duurzaamheidsexpert van Kempen, in haar bijdrage aan de door Fondsnieuws georganiseerde masterclass over 'Klimaatverandering - de risico's en de kansen'. De drie D's staan voor decarbonisatie, digitalisering en decentralisatie.

'We moeten van traditionele brandstoffen naar duurzame energie(dragers) en we moeten naar intelligente vormen van digitalisering en naar een meer efficiënte allocatie van bronnen,' zei Dinershteyn.

Volgens haar kunnen vooral institutionele beleggers deze ontwikkeling bespoedigen door een beleid van 'de wortel en de stok' te volgen: investeer in duurzame energie, desinvesteer in fossiele brandstoffen.

Antoine Sorange, hoofd ESG-onderzoek van de Franse asset manager Amundi, die de door Kempen verwoordde missie zal onderschrijven, vertelde hoe het huis aan de hand van 15 criteria zijn ESG-beleid inhoud geeft. Daarbij wordt ondermeer gekeken naar het gebruik van water en energie, arbeidsomstandigheden, betrokkenheid van de gemeenschap, maar ook onafhankelijkheid van de raad van commissarissen en beloning en controle. 

Deze combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve analyse, legde Sorange uit aan de hand van enkele concrete voorbeelden. Zo liet hij zien hoe met gebruikmaking van externe data wat de 'waterstress' is die ontstaat door de aanwezigheid van energiecentrales, of wat het effect is van schaliegasboringen in de Verenigde Staten op de beschikbaarheid van water.

Sorange toonde een staafdiagram van bedrijven in de schaliegas-industrie die bij hun productie een te groot beslag op het beschikbare water leggen. Dat inzicht is mede bepalend voor het beleggingsbeleid van Amundi. 

ESG-criteria zijn ook vanuit financieel oogpunt belangrijk, omdat ze volgens hem een grote impact hebben op de (niet-)meetbare waarde van de onderneming. Hij noemde in dat verband concreet reputatie, operationele efficiency en regulering.

Lisa Beauvilain, hoofd duurzaamheidsbeleid van Impax, een bedrijf dat verbonden is aan BNP Paribas Asset Management, ging in haar bijdrage aan de masterclass nader in op de implementatie van het beleid. Zo staat voor Impax financiële performance voorop en is de milieu-impact een natuurlijke uitkomst van het selectieproces dat men voert.

Daarbij ligt het accent volgens Beauvilain op een beleggingsbeleid dat een positieve bijdrage heeft en niet op negatieve screening alleen. Ze stelde dat de netto CO2 voetafdruk een betere maatstaf is om aan te houden dan de uitstoot van kooldioxide.

Dat de afweging tussen ESG-criteria en financiële ratio's niet vanzelf gaat, benadrukte Lodewijk van der Kroft, partner van de Franse manager Comgest. Hij wees erop dat er soms sprake is van 'knetterende discussies'. Dat betreft vooral bedrijven in opkomende markten, waarin Comgest belegt.

Hij noemde het voorbeeld van een bedrijf dat is opgezet door een zeer succesvolle ondernemer en overstapte van de raad van bestuur naar de raad van commissarissen. Een deel van de partners van Comgest vond dat men daar om governance-redenen tegen moest stemmen, maar anderen wezen op het feit dat het in Azië vanzelfsprekend is dat de oprichter ook de sterke man van het bedrijf blijft, ongeacht zijn leeftijd.

In algemene zin onderschreef van der Kroft echter dat voor een lange termijn aandelenbelegger als Comgest ESG-criteria een garantie zijn voor een duurzame waarde-ontwikkeling.