De winst van farmaceuten


Er is de afgelopen jaren veel gezegd en geschreven over de winsten van grote farmabedrijven. Te hoog, volgens politici en patiënten. Laag, of zelfs te laag, volgens de bedrijven zelf. Wie heeft er nu gelijk?

Ik zeg het maar meteen, in deze column krijgt u geen antwoord op deze vraag. Wel veel andere vragen. De belangrijkste: hoe hoog mag het rendement zijn voor een bedrijf dat helpt levens te redden of levenskwaliteit te verbeteren? Als belegger wilt u natuurlijk een goed rendement. Maar wat is goed? En belangrijker nog, wat is maatschappelijk verantwoord?

Winst moet

De redenering van bedrijven die medicijnen produceren is vrij simpel. Om levens te kunnen redden of de levenskwaliteit te verbeteren moeten nieuwe medicijnen worden ontwikkeld. Voordat ze echt kunnen worden gebruikt moeten deze uitgebreid worden getest op werking en bijwerking. Dat vergt forse investeringen in onderzoek en ontwikkeling. In de farma- en biotechsectoren wordt het meest aan onderzoek uitgegeven.

Daar komt bij dat het steeds duurder wordt nieuwe medicijnen te ontwikkelen, vooral als dat medicijnen voor kleine groepen patiënten met zeldzame aandoeningen betreft. Het ontwikkelen van dit soort medicijnen is sowieso vaak al duur, terwijl het terugverdienen lastiger is; het verkoopvolume is immers lager door de kleinere patiëntengroep. En dus hou je als producent de prijzen zo hoog mogelijk om zo de totale opbrengst op de investering te maximaliseren.

5000%

Maar er zijn natuurlijk ook voorbeelden genoeg van farmabedrijven die hun prijzen enorm verhogen om zo de aandeelhouderswaarde te maximaliseren. Een bekend voorbeeld is Turing Farmaceuticals dat de prijs van Daraprim, een middel tegen parasitaire infectie, in 2015 in de VS met 5000 procent verhoogde. Opmerkelijk, omdat het medicijn al sinds 1953 op de markt was. Belangrijkste reden volgens de CEO: aandeelhouderswaarde creëren.

Maar kunnen winsten ook te hoog zijn?

Het belangrijkste economische argument voor een bevestigend antwoord op deze vraag: gebrek aan marktwerking. Patenten en octrooien zorgen bewust voor een monopoliepositie in medicijnen, zodat bedrijven hun investeringen kunnen terugverdienen. En er is bewijs genoeg dat farmabedrijven er alles aan doen om deze periodes zo lang mogelijk te rekken om de concurrentie te beperken. Een te lange duur van die bescherming kan zeker leiden tot overwinst.

Wie betaalt?

Bij een ‘normaal’ product ligt het antwoord voor de hand: de consument betaalt. En als hij het te duur vindt, koopt hij het product niet. Simpele micro-economie. Uitgangspunt is dan wel een volledig vrij werkende markt. Voor medicijnen geldt dat nou juist niet. De consument heeft geen vrije keuze: er is vaak maar één medicijn, en zonder het medicijn loopt hij of zij gezondheidsschade op. De patiënt wordt dus eigenlijk gedwongen te consumeren. Om die imperfecte werking te ondervangen spelen de overheid en verzekeraars ook een rol in deze markt. Kortom: een deel van de winst wordt niet door vrije marktwerking gerealiseerd, maar betaald door de samenleving.

Afwegingen voor beleggers

De bovenstaande elementen zijn vanzelfsprekend met elkaar verbonden: zonder privaat rendement voor de medicijnmakers en hun beleggers geen investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Zonder die investeringen geen nieuwe medicijnen en dus geen bijdrage aan de kwaliteit van leven of verlenging van leven. Want ergens moeten onderzoek en ontwikkeling natuurlijk wel van worden betaald.

Maar wat is dan acceptabel? Hoeveel moeten de samenleving en patiënten bijdragen aan de winst van farmabedrijven? Moeten beleggers genoegen nemen met een lager privaat rendement van farmabedrijven voor het ‘algemeen belang’? En welk deel van het rendement zou dat dan moeten zijn? Een lastige afweging waar ik ook geen antwoord op heb. Wat ik in ieder geval wel hoop, is dat beleggers inzien dat als ze een hoog rendement ontvangen van de sector die medicijnen maakt, het uiteindelijk patiënten en de overheid zijn die hun rendement hebben gefinancierd. Over maatschappelijk rendement gesproken...

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management.