Argentijnse kentering


Toen Mauricio Macri in december 2015 president werd, had Argentinië al vier jaar nauwelijks economische groei gehad en was het land door kapitaalcontroles en een kunstmatig sterke munt grotendeels geïsoleerd.

De inflatie was onbeheersbaar doordat hoge begrotingstekorten gefinancierd werden via de geldpers.

Economisch gezien kon de situatie haast niet slechter zijn. Nu zijn we bijna anderhalf jaar verder en begint er een dramatische verandering zichtbaar te worden. Macri kan beschouwd worden als de eerste niet-populistische president van Argentinië sinds de jaren ’40 van de vorige eeuw. Technocraten zitten nu op sleutelposities in alle belangrijkste ministeries en de centrale bank. Al binnen een paar maanden na haar installatie, had de nieuwe regering de belemmeringen in de valutamarkt opgeheven, de meest verstorende belastingen afgeschaft of verlaagd, en het langlopende conflict met buitenlandse schuldeisers bijgelegd.

Sociale kosten

Opmerkelijk en zeker niet vanzelfsprekend in de Latijns-Amerikaanse context, heeft Macri ook oog voor de sociale kosten van de hervormingen. Dit verklaart waarom de pogingen om het begrotingstekort te dichten steeds behoedzaam zijn geweest. Dus in plaats van een shocktherapie kiest de president voor een meer geleidelijk pad. Subsidies worden verlaagd, maar in stappen en met compensatie voor de laagste inkomensgroepen. Hiermee is grote sociale onrust tot nu toe voorkomen.

De keerzijde van deze voorzichtige benadering is dat het begrotingstekort nog nauwelijks gedaald is. Op jaarbasis moet er nog steeds een gat van 6 procent gefinancierd worden. Omdat de Argentijnse kapitaalmarkt nog weinig diepgang heeft – belangrijke hervormingen op dit terrein wachten op goedkeuring in het Congres – moet de regering voor financiering vooral in het buitenland zijn. De hoge Argentijnse rente trekt genoeg buitenlandse investeerders aan, dus het plaatsen van obligaties is geen probleem. Maar dit betekent dat veel harde valuta binnenkomen. En de inmiddels erg sterke peso heeft weer een negatief effect op de binnenlandse consumptie en investeringen.

Begrotingstekort

En hier ligt nu het grootste probleem voor Macri. De economische groei trekt wel wat aan, maar blijft nog laag. Te laag om een snellere daling van het begrotingstekort mogelijk te maken. En omdat de monetaire financiering (via de geldpers) slechts geleidelijk wordt afgebouwd, blijft de inflatie ook nog hoog. Dit betekent dat de rente niet snel kan dalen en dat de investeringsgroei nog nauwelijks aantrekt.

Toch gaat het duidelijk de goede kant op. Overheidsinvesteringen in infrastructuur nemen flink toe dit jaar. Net als het vertrouwen onder Argentijnse ondernemers en de belangstelling in het buitenland om te investeren in de energie-, landbouw- en constructiesectoren. Ook geeft een kleine positieve reële loongroei hoop dat de consumptie kan gaan herstellen. Al met al lijkt het erop dat de economie dit jaar met zo’n 3 procent zal groeien.

Er zijn andere opkomende markten met een positief hervormingsmomentum – Brazilië, India en Indonesië zijn ook op de goede weg – maar de ruimte voor verbetering in de economie en daarmee de rendementen op de aandelenbeurs, is duidelijk superieur in Argentinië. Het hervormingspad mag dan behoedzaam zijn, de kentering is totaal.

Maarten-Jan Bakkum is senior strateeg opkomende markten bij NN Investment Partners.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.